Slaaphoudingen anatomisch beschouwd

Door Jan Willem Elkhuizen


Terug naar 'Artikelen'

Hieronder worden drie anatomische aspecten van de halswervelkolom belicht waarbij uiteengezet wordt wat de invloed daarop is van bepaalde (slaap)houdingen.


  • C0-2 complex
  • C1-2
  • C2-3 en lager


Het C0-2 complex

De verbindingen tussen schedel (C0), atlas (C1) en draaier (C2) vormen een ingenieuze bewegingseenheid. C2 is met drie banden rechtstreeks verbonden met C0. C1 bevindt zich daar relatief vrij tussenin. Hier ontleent C1 haar enorme draaimogelijkheid aan t.o.v. C2: zo'n 45 graden, ongeveer de helft van de totale draaiing van de nek.


banden tussen achterhoofd, atlas en draaier. Lig alaria en lig apicis dentis banden tussen achterhoofd, atlas en draaier. Lig alaria en lig apicis dentis


C0, C1 en C2 zonder achterste wervelboog
De banden lopen rechtstreeks van C2 naar C0,
zonder dat ze vastzitten aan C1

Idem met weglating van C1 en de banden ingekleurd
Blauw: Lig. Apicis dentis
Rood: Lig. Alaria


Bovenstaande banden hebben een belangrijke functie. Dit wordt duidelijk gemaakt met behulp van een model, zie: Video model C0-2.

Uit deze video blijkt:

  • De drie getekende banden hebben een sturende functie van de bewegingen tussen C0 en C1 én tussen C1 en C2
  • De bewegingen van de drie botstukken zijn direct aan elkaar gekoppeld en van elkaar afhankelijk
  • Het zijn niet de spieren de beweging sturen, maar de banden
  • Als een band gescheurd is, kan dit leiden tot een blokkade van het C0-2 complex waarbij zowel C0-1 als C1-2 betrokken zijn
  • Bandletsel kan leiden tot plaatselijk verhoogde spierspanningen en dat kan heel zinvol zijn


Slaaphouding met een te hoog en een te laag kussenVerkeerde leeshouding in bed met hand onder het hoofd


Houdingen waarbij de banden van het C0-2 complex in zijwaartse richting worden belast



C1-2

De belangrijkste beweging van C1 t.o.v. C2 is draaien. Opmerkelijk en feitelijk onjuist dat C2 de draaier wordt genoemd: het is de atlas die draait. Dat draaien wordt vooral geleid door één sterke band door het wervelkanaal, het lig. transversum.

Atlas, eerste nekwervel, met het lig. transversusmatlas en lig. transversum in een anatomisch preparaat

Het lig. transversum in theorie

Het lig. transversum in werkelijkheid


De rechter foto is gemaakt van een anatomisch preparaat. Hierbij zijn álle weefsels tussen C1 en C2 weggeprepareerd behalve deze band. Hiervan is een korte video gemaakt, waarbij goed te zien is hoe de draaiing van C1-2 door deze band wordt geleid: Video Preparaat C1-2.

In deze video is tevens te zien dat het lig. transversum in dit preparaat gedeeltelijk gescheurd is. Opvallend is dat de band ondanks deze verzwakking niet overmatig belast wordt tijdens de draaibeweging. Dat is echter wél het geval bij het voorover bewegen van C1 t.o.v. C2: dit belast de band fors en maakt de scheur duidelijker zichtbaar. Hieronder twee detailopnamen van dit preparaat.


Detailopname lig. transversum van de atlas (eerste nekwervel). Detailopname lig. tranversum van de atlas, de eerste nekwervel

Detailopnamen van het lig. transversum
Links: neutrale stand C1-2. Rechts: C1 voorover t.o.v. C2


In bovenstaande afbeeldingen is te zien dat het lig. transversum flink belast wordt bij een voorover gebogen stand van C1 t.o.v. C2. Dit komt voor bij een knikstand van het hoofd (kin op de borst). Deze stand is vooral belastend als er een kracht wordt uitgeoefend op het hoofd. Dat is bijvoorbeeld het geval als het hoofd rust op een te hoog kussen. Dit 'rusten' van het hoofd is in dit geval een misleidende term: in feite oefent het kussen een reactiekracht (tegendruk) uit op het hoofd waardoor er duurbelasting optreedt in deze band. Overigens is deze knikstand ook belastend voor de banden van het C0-2 complex.


Verkeerde houding in bed: TV-kijken met knik in de nek . Leeshoudingen in bed. Slechte houding en betere houding

Een knikstand van het hoofd is belastend voor de banden van het C0-2 complex en voor het lig. transversum.




Slapen op de buik

Slaaphouding: liggen op de buik met de nek gedraaid

Slapen op de buik zonder kussen: vooral belastend voor C1-2

Toelichting: Er vindt hierbij geen of weinig zijwaartse buiging plaats en dan kunnen de segmenten C2-C7 weinig bijdragen aan de draaibeweging van de nek (dit wordt hieronder nader verklaard onder de kop 'De wervelgewrichten van C2-3 en lager'). De nek moet in deze houding verder draaien dan C1-2 alléén kan doen. Het segment C1-2 wordt daardoor stevig in de eindstand gedrukt. Ook de lagere segmenten worden belast, maar niet in hun eindpostie. Daardoor valt de belasting voor de lagere segmenten mee.

Indien men niet zuiver gedraaid ligt, maar met een beetje voorwaartse buiging erbij (kin richting borst), dan kan er wel enige zijwaartse buiging en dus ook draaiing plaatsvinden in de wervels tussen C2-7. Maar ook dan zal het segment C1-2 flink belast blijven in of nabij de eindstand.

Bij het slapen op de buik met het hoofd op een kussen, kunnen de lagere segmenten bijdragen aan de draaiing van de nek. Hier ontstaat dan óók spanning. Daarbij zal de belasting van C1-2 aanzienlijk blijven.


De wervelgewrichten van C2-3 en lager

De stand van de gewrichten van C2-3 is van voor-boven naar achter-onder, zie onderstaande foto. Hierdoor is het onmogelijk om alléén te draaien of alléén zijwaarts te buigen in deze gewrichten. Deze bewegingen vinden altijd gecombineerd plaats, en doen denken aan de zwenkbeweging van een vliegtuig: de linkervleugel gaat omlaag, de rechter omhoog. Het vliegtuig hangt scheef (zijwaartse buiging) en maakt tegelijk een bocht (draaiing).


anatomisch model van de nekwervelkolom, C1 t/m 3

De groene lijn: rechter gewricht van C2-3


Slapen in de 3/4 positie

Er zijn sterke aanwijzingen dat de 3/4 positie vooral belastend is voor de wervelgewrichten van C2-3. Dit is tevens het segment waar de meeste hoofdpijn-vanuit-de-nek wordt veroorzaakt.

Een aantal aspecten is hierbij van belang:

1. In de 3/4-positie is er sprake van de combinatie draaien en zijwaarts buigen van de nek. Beiden in dezelfde richting (in onderstaande tekening: zijwaarts buigen naar links en draaien naar links). Deze beweging past precies bij de bewegingsmogelijkheid van C2-3 en de lagere segmenten.

2. De zijwaartse buigcapaciteit van C0-1 en C1-2 is niet genoeg is om de zijwaartse beweging op te vangen die optreedt in de 3/4-positie. Dit moet dus worden opgevangen door de lagere segmenten, te beginnen met C2-3.

3. C2-3 is vanaf het hoofd bezien 'als eerste aan de beurt'. De bewegingsmogelijkheden zijn hier niet zo groot en de gewrichten kunnen daardoor hun eindpositie bereiken.


verkeerde slaaphouding: de 3/4 houding

De 3/4 positie is vooral belastend voor C2-3


Een niet-maximale zijwaartse buiging en een niet-maximale draaiing van de nek, kan er al voor zorgen dat het segment C2-3 in de eindstand komt te staan. Daarbij staat het bindweefsel in de kapsels, banden en tussenwervelschijf op spanning. Juist hierom is de ¾ positie een risicovolle houding. Nekklachten kunnen het gevolg zijn en, voorzover het C2-3 betreft, ook hoofdpijn. Pijn en functiestoornissen in lagere segmenten dan C2-3 leiden alleen tot nekklachten en niet tot hoofdpijnklachten.

Zonder zijwaartse buiging erbij is de belasting van C2-3 in de 3/4-positie een stuk minder. Het is daarom van belang dat het kussen niet te hoog is, vooral niet bij mensen die uit ervaring weten dat zij soms in de 3/4-positie terecht komen tijdens de slaap.


Voor meer info over de klachten die het gevolg kunnen zijn van een verkeerde slaaphouding klik op: 'Hoofdpijn: locatie en bron'





Terug naar 'Artikelen'


Slaaphoudingen anatomisch beschouwd

Door Jan Willem Elkhuizen


Terug naar 'Artikelen'

Hieronder worden drie anatomische aspecten van de halswervelkolom belicht waarbij uiteengezet wordt wat de invloed daarop is van bepaalde (slaap)houdingen.


  • C0-2 complex
  • C1-2
  • C2-3 en lager


Het C0-2 complex

De verbindingen tussen schedel (C0), atlas (C1) en draaier (C2) vormen een ingenieuze bewegingseenheid. C2 is met drie banden rechtstreeks verbonden met C0. C1 bevindt zich daar relatief vrij tussenin. Hier ontleent C1 haar enorme draaimogelijkheid aan t.o.v. C2: zo'n 45 graden, ongeveer de helft van de totale draaiing van de nek.


banden tussen achterhoofd, atlas en draaier. Lig alaria en lig apicis dentis banden tussen achterhoofd, atlas en draaier. Lig alaria en lig apicis dentis


C0, C1 en C2 zonder achterste wervelboog
De banden lopen rechtstreeks van C2 naar C0,
zonder dat ze vastzitten aan C1

Idem met weglating van C1 en de banden ingekleurd
Blauw: Lig. Apicis dentis
Rood: Lig. Alaria


Bovenstaande banden hebben een belangrijke functie. Dit wordt duidelijk gemaakt met behulp van een model, zie: Video model C0-2.

Uit deze video blijkt:

  • De drie getekende banden hebben een sturende functie van de bewegingen tussen C0 en C1 én tussen C1 en C2
  • De bewegingen van de drie botstukken zijn direct aan elkaar gekoppeld en van elkaar afhankelijk
  • Het zijn niet de spieren de beweging sturen, maar de banden
  • Als een band gescheurd is, kan dit leiden tot een blokkade van het C0-2 complex waarbij zowel C0-1 als C1-2 betrokken zijn
  • Bandletsel kan leiden tot plaatselijk verhoogde spierspanningen en dat kan heel zinvol zijn


Slaaphouding met een te hoog en een te laag kussenVerkeerde leeshouding in bed met hand onder het hoofd


Houdingen waarbij de banden van het C0-2 complex in zijwaartse richting worden belast



C1-2

De belangrijkste beweging van C1 t.o.v. C2 is draaien. Opmerkelijk en feitelijk onjuist dat C2 de draaier wordt genoemd: het is de atlas die draait. Dat draaien wordt vooral geleid door één sterke band door het wervelkanaal, het lig. transversum.

Atlas, eerste nekwervel, met het lig. transversusmatlas en lig. transversum in een anatomisch preparaat

Het lig. transversum in theorie

Het lig. transversum in werkelijkheid


De rechter foto is gemaakt van een anatomisch preparaat. Hierbij zijn álle weefsels tussen C1 en C2 weggeprepareerd behalve deze band. Hiervan is een korte video gemaakt, waarbij goed te zien is hoe de draaiing van C1-2 door deze band wordt geleid: Video Preparaat C1-2.

In deze video is tevens te zien dat het lig. transversum in dit preparaat gedeeltelijk gescheurd is. Opvallend is dat de band ondanks deze verzwakking niet overmatig belast wordt tijdens de draaibeweging. Dat is echter wél het geval bij het voorover bewegen van C1 t.o.v. C2: dit belast de band fors en maakt de scheur duidelijker zichtbaar. Hieronder twee detailopnamen van dit preparaat.


Detailopname lig. transversum van de atlas (eerste nekwervel). Detailopname lig. tranversum van de atlas, de eerste nekwervel

Detailopnamen van het lig. transversum
Links: neutrale stand C1-2. Rechts: C1 voorover t.o.v. C2


In bovenstaande afbeeldingen is te zien dat het lig. transversum flink belast wordt bij een voorover gebogen stand van C1 t.o.v. C2. Dit komt voor bij een knikstand van het hoofd (kin op de borst). Deze stand is vooral belastend als er een kracht wordt uitgeoefend op het hoofd. Dat is bijvoorbeeld het geval als het hoofd rust op een te hoog kussen. Dit 'rusten' van het hoofd is in dit geval een misleidende term: in feite oefent het kussen een reactiekracht (tegendruk) uit op het hoofd waardoor er duurbelasting optreedt in deze band. Overigens is deze knikstand ook belastend voor de banden van het C0-2 complex.


Verkeerde houding in bed: TV-kijken met knik in de nek . Leeshoudingen in bed. Slechte houding en betere houding

Een knikstand van het hoofd is belastend voor de banden van het C0-2 complex en voor het lig. transversum.




Slapen op de buik

Slaaphouding: liggen op de buik met de nek gedraaid

Slapen op de buik zonder kussen: vooral belastend voor C1-2

Toelichting: Er vindt hierbij geen of weinig zijwaartse buiging plaats en dan kunnen de segmenten C2-C7 weinig bijdragen aan de draaibeweging van de nek (dit wordt hieronder nader verklaard onder de kop 'De wervelgewrichten van C2-3 en lager'). De nek moet in deze houding verder draaien dan C1-2 alléén kan doen. Het segment C1-2 wordt daardoor stevig in de eindstand gedrukt. Ook de lagere segmenten worden belast, maar niet in hun eindpostie. Daardoor valt de belasting voor de lagere segmenten mee.

Indien men niet zuiver gedraaid ligt, maar met een beetje voorwaartse buiging erbij (kin richting borst), dan kan er wel enige zijwaartse buiging en dus ook draaiing plaatsvinden in de wervels tussen C2-7. Maar ook dan zal het segment C1-2 flink belast blijven in of nabij de eindstand.

Bij het slapen op de buik met het hoofd op een kussen, kunnen de lagere segmenten bijdragen aan de draaiing van de nek. Hier ontstaat dan óók spanning. Daarbij zal de belasting van C1-2 aanzienlijk blijven.


De wervelgewrichten van C2-3 en lager

De stand van de gewrichten van C2-3 is van voor-boven naar achter-onder, zie onderstaande foto. Hierdoor is het onmogelijk om alléén te draaien of alléén zijwaarts te buigen in deze gewrichten. Deze bewegingen vinden altijd gecombineerd plaats, en doen denken aan de zwenkbeweging van een vliegtuig: de linkervleugel gaat omlaag, de rechter omhoog. Het vliegtuig hangt scheef (zijwaartse buiging) en maakt tegelijk een bocht (draaiing).


anatomisch model van de nekwervelkolom, C1 t/m 3

De groene lijn: rechter gewricht van C2-3


Slapen in de 3/4 positie

Er zijn sterke aanwijzingen dat de 3/4 positie vooral belastend is voor de wervelgewrichten van C2-3. Dit is tevens het segment waar de meeste hoofdpijn-vanuit-de-nek wordt veroorzaakt.

Een aantal aspecten is hierbij van belang:

1. In de 3/4-positie is er sprake van de combinatie draaien en zijwaarts buigen van de nek. Beiden in dezelfde richting (in onderstaande tekening: zijwaarts buigen naar links en draaien naar links). Deze beweging past precies bij de bewegingsmogelijkheid van C2-3 en de lagere segmenten.

2. De zijwaartse buigcapaciteit van C0-1 en C1-2 is niet genoeg is om de zijwaartse beweging op te vangen die optreedt in de 3/4-positie. Dit moet dus worden opgevangen door de lagere segmenten, te beginnen met C2-3.

3. C2-3 is vanaf het hoofd bezien 'als eerste aan de beurt'. De bewegingsmogelijkheden zijn hier niet zo groot en de gewrichten kunnen daardoor hun eindpositie bereiken.


verkeerde slaaphouding: de 3/4 houding

De 3/4 positie is vooral belastend voor C2-3


Een niet-maximale zijwaartse buiging en een niet-maximale draaiing van de nek, kan er al voor zorgen dat het segment C2-3 in de eindstand komt te staan. Daarbij staat het bindweefsel in de kapsels, banden en tussenwervelschijf op spanning. Juist hierom is de ¾ positie een risicovolle houding. Nekklachten kunnen het gevolg zijn en, voorzover het C2-3 betreft, ook hoofdpijn. Pijn en functiestoornissen in lagere segmenten dan C2-3 leiden alleen tot nekklachten en niet tot hoofdpijnklachten.

Zonder zijwaartse buiging erbij is de belasting van C2-3 in de 3/4-positie een stuk minder. Het is daarom van belang dat het kussen niet te hoog is, vooral niet bij mensen die uit ervaring weten dat zij soms in de 3/4-positie terecht komen tijdens de slaap.


Voor meer info over de klachten die het gevolg kunnen zijn van een verkeerde slaaphouding klik op: 'Hoofdpijn: locatie en bron'





Terug naar 'Artikelen'


Slaaphoudingen anatomisch beschouwd

Door Jan Willem Elkhuizen


Terug naar 'Artikelen'

Hieronder worden drie anatomische aspecten van de halswervelkolom belicht waarbij uiteengezet wordt wat de invloed daarop is van bepaalde (slaap)houdingen.


  • C0-2 complex
  • C1-2
  • C2-3 en lager


Het C0-2 complex

De verbindingen tussen schedel (C0), atlas (C1) en draaier (C2) vormen een ingenieuze bewegingseenheid. C2 is met drie banden rechtstreeks verbonden met C0. C1 bevindt zich daar relatief vrij tussenin. Hier ontleent C1 haar enorme draaimogelijkheid aan t.o.v. C2: zo'n 45 graden, ongeveer de helft van de totale draaiing van de nek.


banden tussen achterhoofd, atlas en draaier. Lig alaria en lig apicis dentis banden tussen achterhoofd, atlas en draaier. Lig alaria en lig apicis dentis


C0, C1 en C2 zonder achterste wervelboog
De banden lopen rechtstreeks van C2 naar C0,
zonder dat ze vastzitten aan C1

Idem met weglating van C1 en de banden ingekleurd
Blauw: Lig. Apicis dentis
Rood: Lig. Alaria


Bovenstaande banden hebben een belangrijke functie. Dit wordt duidelijk gemaakt met behulp van een model, zie: Video model C0-2.

Uit deze video blijkt:

  • De drie getekende banden hebben een sturende functie van de bewegingen tussen C0 en C1 én tussen C1 en C2
  • De bewegingen van de drie botstukken zijn direct aan elkaar gekoppeld en van elkaar afhankelijk
  • Het zijn niet de spieren de beweging sturen, maar de banden
  • Als een band gescheurd is, kan dit leiden tot een blokkade van het C0-2 complex waarbij zowel C0-1 als C1-2 betrokken zijn
  • Bandletsel kan leiden tot plaatselijk verhoogde spierspanningen en dat kan heel zinvol zijn



Bekijk meer over

Artikel Anatomie slaaphouding | Ligwijzer